Bekerplanten zijn toch geen rovers

Met felle kleuren, zoete geuren, en de belofte van nectar lokken insecten naar de rand van de beker van bekerplanten. Al wandelend en snoepend op die rand verliezen die insecten onvermijdelijk hun evenwicht en worden zelf voedsel. Dit is het beeld dat natuurdocumentaires over bekerplanten en hun prooi schetsen.
Maar de realiteit is dat bekerplanten veel minder succesvol zijn. Minder dan 2% van de bezoekende insecten zijn gedoemd om opgegeten te worden. Dit zorgde ervoor dat onderzoekers zich afvroegen of bekerplanten wel de jagers zijn die we ze geloven te zijn, of dat ze een meer mutualistische relatie met de lokale insecten populatie hebben.
Om dit te onderzoeken maakte een groep van Amerikaanse en Japanse onderzoekers gebruik van een van nature voorkomend fenomeen: bekerplanten bevatten meer van de zeldzame stabiele stikstof isotoop stikstof-15 dan andere planten. Dit zo redeneerde de onderzoekers zorgt er waarschijnlijk voor dat insecten die hun voedsel bij bekerplanten vandaan halen ook meer stikstof-15 bevatten dan insecten die van andere planten leven.
Stikstof-15 gegeten
Om dit te testen selecteerde de onderzoekers vijf locaties waar bekerplanten groeiden en vonden corresponderende controle locaties op 1 km van de test locaties. De afstand tussen de test en de controle locaties is belangrijk omdat de wespen die ze bestudeerde maximaal 300 meter van hun nest vliegen. Door de controle locaties op 1 km afstand van de test locaties te hebben voorkomen de onderzoekers dat de gevangen wespen beide locaties hadden bezocht.
Na bladeren van zowel bekerplanten en niet bekerplanten en wespen van beide locaties te hebben verzameld maten de onderzoekers de hoeveelheid stikstof-15 in deze monsters. Als verwacht de bladeren van bekerplanten bevatte meer stikstof-15 dan die van andere planten.
Bij de wespen is het beeld minder duidelijk. De meeste wespen van zowel de test als controle locaties bevatten nauwelijks stikstof-15. Maar het gemiddelde van de wespen van de test locatie was hoger dan die van de controle locaties. Dit suggereert dat wespen op test locaties meer eten met stikstof-15 aten dan de wespen op de controle locaties.
Voedselbron
Zoals de onderzoekers van het artikel zeggen “op basis van deze studie kunnen we niet zeggen wat de precieze bron van de stikstof-15 in de wespen op de test locatie was.” Er zijn twee mogelijkheden. De eerste is dat de wespen de stikstof-15 binnenkregen tijdens het snoepen van de bekerplant nectar. De tweede optie is dat wespen in hun larve stadium insecten te eten hebben gekregen die van de bekerplant nectar gesnoept hadden.
In beide gevallen zijn bekerplanten zowel jager als voedselbron. De vraag die openblijft is naar welke kant de balans over helt. Dit hangt af hoe voedzaam de nectar van de bekerplanten is. Dat is de som van de kosten van het opnemen vs het verschaffen van voedingstoffen. En om dat uit te zoeken is meer onderzoek nodig.
Literatuur
David W. Armitage, Asa Conover, Katharine M. Saunders M., Mutualism in disguise? Isotopic evidence for nutrient transfer from a carnivorous pitcher plant to its insect prey. bioRxiv 2025.10.16.682955; doi: https://doi.org/10.1101/2025.10.16.682955
This article is a preprint and has not been certified by peer review [what does this mean?].
